Afdrukken

Historisch

De oudst gekende graaf van Loon was Giselbertus.
Tijdens zijn ambtsperiode (1014 – 1046) werd op de grondvesten van het castellum romanum een versterkte middeleeuwse burcht gebouwd.
Dit historisch feit komt in de nomenclatuur tot uiting:
Borgloon betekent immers etymologisch burcht (borg) op een beboste heuvel (lo, loe).

In de 14 de eeuw kreeg Borgloon, samen met de negen andere “goede” steden in het oude land van Loon, de rechten, vrijheden en onschendbaarheden van de stad Luik.
Na het verlies van zijn hoofdstedelijke functies evolueerde Borgloon van een regionaal marktcentrum naar een bescheiden landbouwdorp.

In de 19e en 20e eeuw zijn landbouw en fruitteelt niet meer weg te cijferen. Sinds het ontstaan van het Belgisch spoorwegennet en vooral na de aanleg van de lijn St. Truiden – Tongeren (1879) ontbolsterden Borgloon en de regio er omheen zich geleidelijk tot de “boomgaard van Vlaanderen”. Tussen de twee wereldoorlogen beleefde de Loonse stationsbuurt zijn economisch en commercieel hoogtepunt. Er waren toen drie fruitgroothandels en vier stroopstokerijen operationeel waarvan het gebouwenbestand tot op heden gedeeltelijk als industrieel-archeologisch erfgoed bewaard bleef.

Tot omstreeks het midden van de 20ste eeuw gedijde er op de heuvels rond Borgloon een monocultuur van hoogstammige fruitbomen. Teeltveredeling, modernisering en rationalisatie in de fruitteeltsector zorgden na 1960 voor een snelle overschakeling naar laagstammige fruitteelt. Sindsdien wordt op een geringere teeltoppervlakte een veel hoger rendement bereikt. Naast St. Truiden profileert Borgloon zich thans als de hoofdplaats van de Zuid-Limburgse fruitstreek.

Sinds de fusie van 1977 werden aan de voormalige hoofdplaats van het Land van Loon niet minder dan 12 buurdorpen toegevoegd.   Kerniel, Gors-Opleeuw, Jesseren, Bommershoven, Grootloon, Broekom, Hendrieken, Voort, Gotem, Kuttekoven, Hoepertingen en Rijkel.
In 2008 was Gors-Opleeuw genomineerd als één van de mooiste dorpen van Vlaanderen.

afdrukken