Kamerdecreet

Vaak is het zo dat u slechts een gedeelte van uw woning verhuurd (één of meerdere kamers). Indien dit deel niet beschikt over één of meer van de volgende drie basisvoorzieningen: WC, bad of douche, kookgelegenheid en als de bewoners hiervoor afhankelijk zijn van gemeenschappelijke voorzieningen in of aansluitend bij het andere deel van de woning, wordt deze woonvorm juridisch beschouwd als een kamer (ook al gaat het om meerdere lokalen). Niet de Vlaamse Wooncode, maar wél het Kamerdecreet is dan van toepassing. Dit decreet voorziet in specifieke veiligheid - en kwaliteitsnormen voor kamers en is van toepassing op elke verhuring of terbeschikkingstelling van om het even welke kamer. Het Kamerdecreet geldt dus ook wanneer de kamer niet als hoofdverblijfplaats wordt verhuurd en is zelfs van toepassing wanneer de kamer gratis ter beschikking wordt gesteld.

Samengevat houdt het kamerdecreet volgende kwaliteitsnormen in:

  • de minimale hoogte tussen vloer en plafond over de hele oppervlakte moet 2,2 meter bedragen. Opletten dus met dak- en zolderkamers;
  • elke kamer moet een venster hebben dat men kan openen (= er moet licht en lucht binnen komen) en dat minstens 1 m² groot is en bovendien minimaal 50 cm op 50 cm meet;
  • een lavabo met stromend water moet aanwezig zijn en een zgn. reukafsnijder;
  • er moet een aansluiting zijn op het elektriciteitsnet en voldoende en veilige verwarming. Mazoutkachels zijn verboden;
  • per 6 bewoners is een toilet en douche vereist;
  • de brandveiligheidvoorschriften moeten gerespecteerd worden;
  • er moet in het gebouw een fietsenbergruimte zijn die evenveel fietsen kan herbergen als er kamers zijn;
  • elke kamer die gebouwd of gerenoveerd wordt ná 1 september 1998 zal om nog verhuurd te kunnen worden een oppervlakte van minstens 12 m² moeten hebben. Dit als er 1 persoon woont. Per bijkomende personen komt er 6 m² bij. Als de kamers bovendien uitgerust wordt met een eigen kookruimte en een douche, moet dat zelfs 18 m² zijn.
  • in elk gebouw waarin kamers verhuurd worden (b.v. ook een eigenaar die één of twee kamers verhuurd in zijn woning), moet er sowieso een gemeenschappelijke ruimte zijn. Dit moet dus ook als elke bewoner zijn eigen douche en kookruimte heeft. Inkom- en traphall (de zgn. circulatieruimten) tellen hiervoor mee;
  • als er een gemeenschappelijke keuken is, moet die in oppervlakte 1,5 m² per bewoner belopen met een uiterste minimum van 6 m².

De volledige tekst van het kamerdecreet kan je downloaden Decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers. (http://jsp.vlaamsparlement.be/docs/stukken/1997-1998/g1073-5.pdf)

Naar aanleiding van de problematiek rond de huisvesting van seizoensarbeiders, waar een overgroot deel van de Loonse landbouwers mee kampt, werd het voorliggende kamerdecreet versoepeld en werd het zogenaamde ’kataraktdecreet‘ ingevoerd. (Huisvesting seizoensarbeiders)

www.bouwenenwonen.be

afdrukken